Bio growing in een nieuwbouwwijk

Bio growing in een nieuwbouwwijk

Column Michiel Panhuysen

Ik was laatst bij een kennis, laten we hem Kees noemen. Kees heeft een paar potten met wietplanten in zijn tuin staan. Hij is geen rasblower of teler, maar wil gewoon wat meer weten van ‘dat plantje, en wat er allemaal mee kan. Waarvoor gebruik je CBD-olie en zelfs THC-olie? ‘Enne: Hoe maak je eigenlijk wietboter?’ vroeg hij me. ‘Dat weet jij vast.’ Kees woont in een rijtjeshuis ergens in Brabant in een dorpje in een keurige buurt. Voor de deur staan kleinere middenklassers, en een straat verder parkeren wat duurdere auto’s op de opritten voor de huizen. Op een paar honderd meter van zijn huis begint de hei.

De planten krijgen veel zorg. Een familielid van Kees heeft hem wat organische plantvoeding gegeven, gebaseerd op algen. Ik vraag hem of hij iets weet van organische voeding. ‘Nou eh niet specifiek, hoe bedoel je dat eigenlijk? Ik geef de planten regelmatig wat druppels uit die flacon en dan komt het volgens mij wel goed. Ze staan in potgrond. Dan is het toch al zowat organisch geteeld? Of moet ik ‘biologisch’ zeggen?’

Basisprincipes

Ik vraag een beetje door over zijn kennis en snap in twee minuten dat Kees niets van de principes van het organische of biologisch telen begrijpt. Waarom zou hij ook? Hij wil gewoon geen troep, zegt hij. Maar als ik hem zeg dat er misschien stofjes in de potgrond zitten die hij gebruikt raakt hij geboeid. Potgrond is toch natuurlijk en biologisch? Ik leg hem uit dat dat afhangt van de soort potgrond die hij heeft gekocht. En van de definitie van ‘biologisch’, of ‘organisch’, die je hanteert. En wat je motieven zijn om organisch te telen. Doe je dat voor je eigen gezondheid? Of voor de gezondheid van de aarde? Die twee zaken bijten elkaar soms. Ik leg hem uit dat er in potgrond meestal turf zit. Dat is heel organisch, het zijn dode planten(resten) die niet goed zijn verteerd, duizenden jaren geleden. Maar het winnen van turf verhoogt de CO2 in de atmosfeer. En dat is weer schadelijk. Dus niet alle organische producten zijn automatisch goed voor onze planeet. Daarnaast is veel potgrond vermengd met troep uit een chemische fabriek.

We belanden in een boeiend gesprek over gezondheid, smaak en onze planeet die op instorten staat. Dat er veel bacteriën en schimmels in de aarde huizen, en ook organisch materiaal en insecten, springstaarten, nematoden en andere (micro)organismen - die organisch materiaal (en elkaar) opeten en uitpoepen en zo stoffen in de bodem brengen waarmee planten zich voeden - is hem niet bekend. Dat deze organismen niet tegen chloor kunnen en dat er in drinkwater in Nederland vaak een minimale hoeveelheid chloor zit is Kees ook onbekend. ‘Maarre, kan ik dan niet beter regenwater gebruiken voor mijn planten?’ Zijn vraag stemt mij blij. Ik heb te maken met een snelle leerling.

NPK

Ik leg Kees uit dat de algen in zijn flacon een bron van stikstof en fosfor zijn, maar dat een deel van de stikstof in de flacon misschien wordt geleverd door bloed of beendermeel. Gemalen dierresten, zeg maar. Dat wil lang niet iedereen weten. Op het etiket van de flacon voeding wijs ik hem aan: ‘Water, bietenvinasse, aminozuren, algenextracten, organische NPK-meststof’. Dat kan van alles betekenen. Labels vermelden lang niet alles. Ook vertellen ze vaak niet wat de herkomst van veel stoffen is. Eigenlijk weet je na lezing van het etiket nog steeds niet precies wat er in de flacon zit. Zo weet je vaak ook niet wat er is gebeurd met organische aardbeien of biologisch geteelde groenten, tenzij je ze zelf hebt geteeld natuurlijk. Met andere woorden, als een product als ‘biologisch’ is gelabelled, weet je eigenlijk in veel gevallen nog niet wat je in handen hebt. In veel Europees gelabelde bio producten is (gelimiteerd) gebruik van (bepaalde) bestrijdingsmiddelen toegestaan, waarbij organische stoffen soms ook heel giftig voor de mens kunnen zijn. Hardcore organic growers gebruiken daarom alleen organische meststoffen die ze zelf produceren, bijvoorbeeld compost of compost thee. Biodynamische telers zijn voorbeelden van dat soort hard core organic growers, maar dat zijn niet de enigen.

Lees labels!

Als je echt bent geïnteresseerd in organische teelt of organische producten moet je er eens goed induiken. Ik kom veel onzin tegen over organisch telen in de cannabiswereld. Mensen willen pasklare antwoorden. Maar les één in de organische teelt is dat pasklare antwoorden nauwelijks bestaan. Je moet je verdiepen in de basis. De basis is dat organisch telen simpel gezegd het nabootsen is van de cyclus van het oerwoud. Planten en dieren in het oerwoud gaan dood. Kleinere organismen als insecten, schimmels en bacteriën zorgen ervoor dat dood hout en op de grond gevallen bladeren, dode dierenlijven en poep worden opgenomen in de bodem. Die bodem voedt planten. Planten zijn weer voeding voor beesten. En die gaan weer dood, et cetera et cetera.

Het is eigenlijk simpel, maar je moet er wel even voor gaan zitten. Een boek erover lezen bijvoorbeeld, of gaan praten met iemand die er veel vanaf weet en dan doorvragen op basale zaken. Zoiets als: Organisch? Wat betekent dat eigenlijk? En wat betekent het niet? Als zo iemand dan begint over zelf koude of warme compost maken, over wormenmest, over groenbemesting, of over wat er zich allemaal afspeelt op het gebied van schimmels, bacteriën, insecten, wormen, nematoden springstaarten en ander leven in de grond, dan weet je dat je veel kunt leren van zo iemand. Wat je van die kennis meeneemt naar je potten met wietplanten is jouw zaak. Maar het is van belang dat je dan geleerd hebt dat biologisch niet in een flesje zit, of aan een etiket vastkleeft. Dat de kwaliteit van je water een grote rol kan spelen bij het voeden van je planten. Dat er 100.000 meningen zijn over wat ‘organisch telen’ nu echt betekent. En dat een organisch teler de bodem voedt en niet de plant, waarbij de bodem zelf de nutriënten aanmaakt die de plant nodig heeft. Dat organisch telen vooral leuk is en dicht bij de natuur staat. Dat het belangrijk is om je lijf niet vol troep te stoppen, en dat we voorlopig ook maar één planeet Aarde hebben, waar we zuinig op moeten zijn.

Grow Book

Ik heb met Kees nog veel zitten na-Appen, na mijn bezoek aan het nieuwbouwwijkje met wietplantjes. En twee dagen later is hij toch maar mijn boek gaan lezen. Niet dat hardloopboek. Maar The Organic Grow Book.

Link