Ingezetenencriterium uitgelegd

Ingezetenencriterium uitgelegd

Het Ingezetenencriterium komt regelmatig ter sprake in discussies over het coffeeshopbeleid. Meestal gaat het dan over het al dan niet handhaven van het Ingezetenencriterium. Wat betekent dat?

Wat is Ingezetencriterium?

Het Ingezetenencriterium houdt in dat alleen klanten die in een Nederlandse gemeente staan ingeschreven een coffeeshop mogen betreden. Het Ingezetencriterium is één van de landelijke gedoogcriteria die gelden voor coffeeshops. De gedoogcriteria zijn de regels waaraan coffeeshops met een gedoogverklaring zich moeten houden. Deze regels gelden in principe voor alle coffeeshops in Nederland. Aanvankelijk bestonden alleen de AHOJ-G criteria (geen Affichering, geen Harddrugs, geen Overlast, geen verkoop aan Jeugdigen, geen verkoop van Grote hoeveelheden per transactie). In 2013 werd daar het Ingezetenencriterium (I-criterium) aan toegevoegd. Maar het Ingezetenencriterium wordt in praktijk maar in enkele gemeenten gehandhaafd. In de meeste coffeeshopgemeenten kunnen toeristen en andere niet-ingezetenen dus nog steeds in de coffeeshop terecht.

Dit document uit 2016 geeft wat meer informatie over de gedoogcriteria en andere (lokale) beperkende maatregelen voor coffeeshops.

Achtergrond

Op 1 mei 2012 werd in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland de zogenaamde Wietpas ingevoerd. De Wietpas bestond in wezen uit het invoeren van het zogenaamde Besloten clubcriterium (B-criterium). Coffeeshops werden daarmee besloten clubs, alleen toegankelijk voor geregistreerde leden met een clubkaart: de Wietpas. Coffeeshops moesten een ledenlijst bijhouden met maximaal 2000 leden. Alleen personen die in een Nederlandse gemeente stonden ingeschreven (Nederlands ingezetenen) mochten op deze lijst staan. De wietpas werd eerst in het zuiden van het land ingevoerd, met de bedoeling om het systeem daarna over heel Nederland uit te rollen. Maar zo ver kwam het nooit.

De invoering van de Wietpas leidde in de drie zuidelijke provincies tot grote drama’s. De gevolgen voor het coffeeshoplandschap en de rust op straat waren desastreus. De coffeeshops in de zuidelijke provincies bleven vanaf 1 mei 2012 akelig leeg. Niet-ingezetenen die niet meer terecht konden in de coffeeshops werden opgevangen door illegale straatdealers. Ook het grootste deel van de Nederlandse consumenten liet de coffeeshop links liggen en zocht de illegale markt op. Veel blowers bleken geen zin te hebben om een bewijs van inschrijving bij de gemeente te halen. Ook wilden zij vanuit privacyoverwegingen liever niet als cannabisconsument geregistreerd staan. De overlast van de scooterdealers hield maandenlang aan. Daarom werd de Wietpas in 19 november 2012 afgeschaft en werd afgezien van invoering ervan in de rest van het land. Het B-criterium werd vervangen door het Ingezetenencriterium (I-criterium), dat in januari 2013 in heel Nederland werd ingevoerd.

Achter de invoering van het Ingezetenencriterium zit de gedachte dat coffeeshops een aanzuigende werking op toeristen hebben. Nederland probeert de gevolgen van het afwijkende coffeeshopbeleid voor buurlanden zo veel mogelijk te beperken. Er zijn geregeld klachten van buurlanden dat hun onderdanen cannabis in Nederland kopen en die eventueel meenemen ‘naar huis’. Ook is de aanname dat door invoering van het Ingezetenencriterium de overlast van buitenlanders die coffeeshops bezoeken in Nederlandse steden afneemt.

In diezelfde periode ging een speciale Task Force van de politie zich met veel machtsvertoon bezighouden met het oprollen van wietplantages en de organisaties die coffeeshops aan de achterdeur bevoorraadden. Ivo Opstelten was op dat moment minister van Veiligheid en Justitie. Samen met staatssecretaris Fred Teeven voerde hij een harde lijn op het coffeeshopdossier. De Wietpas was een van de wapenfeiten van het tweetal.

In welke gemeenten wordt het Ingezetenencriterium actief gehandhaafd?

Het landelijk ingevoerde ingezetenencriterium betekent in principe dat coffeeshops sinds 2013 niet meer toegankelijk zijn voor mensen die niet in een Nederlandse gemeente staan ingeschreven. De lokale driehoek bestaande uit de burgemeester, de officier van Justitie en de leidinggevende van de politie (districtschef) mag echter zelf bepalen of ze dat criterium actief handhaven. De overgrote meerderheid van de gemeenten heeft ervoor gekozen het criterium niet te handhaven. Met de ervaringen van de wietpas in het achterhoofd, zijn ze bang voor de overlast van illegale dealers die dan kan ontstaan. Enkele gemeenten die het ingezetenencriterium aanvankelijk wél handhaafden (Eindhoven, Tilburg en vanaf 1 april 2021 ook Vlissingen) zijn daar weer mee gestopt omdat zij veel overlast van illegale dealers hadden. Nu zij het ingezetenencriterium niet meer handhaven is de rust op straat teruggekeerd. De enige gemeenten die het ingezetenencriterium nu nog actief handhaven zijn: Breda, Dordrecht, Goes, Lelystad, Maastricht, Sittard-Geleen en Terneuzen.

Tijden veranderen

In Amsterdam wordt momenteel overwogen om het ingezetenencriterium te gaan handhaven om het aantal coffeeshopbezoekers en daarmee het aantal coffeeshops in de stad terug te dringen. Amsterdam ziet een kleinere cannabismarkt in de stad als een opstap om de achterdeur van de coffeeshops te kunnen reguleren in de toekomst. Dat is een breuk met het tot nog toe gevoerde beleid. De vorige burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan gaf aan het pasjessysteem voor coffeeshops voor Amsterdam onwerkbaar te vinden, vanwege de te verwachten overlast. De huidige Driehoek denkt daar anders over. Tijden veranderen.

Anders dan de discussies over het invoeren van andere beperkende maatregelen voor coffeeshops is het Ingezetencriterium in een gemeente makkelijk in praktijk te brengen. Het criterium is er al, het hoeft alleen maar te worden gehandhaafd. Op het moment dat de gemeentelijke politiek besluit dat het tijd is voor handhaving van het ingezetenencriterium kunnen de handhavers aan de slag.

Omgaan met het Ingezetencriterium

Misschien zijn er plannen zijn om het Ingezetencriterium in jouw gemeente actief te gaan handhaven, misschien wordt dat al gedaan. Dat vraagt om actie. Het Platform Cannabisondernemingen Nederland adviseert in zo’n geval een aantal zaken:

Allereerst is het zaak dat coffeeshopondernemers binnen de betreffende gemeenten zoveel mogelijk samen optrekken. Zet een lokale bond op of zorg op een andere manier voor onderlinge informatie-uitwisseling. Samen sta je sterker dan alleen. In iedere gemeente is de situatie weer anders. Daarom adviseren wij alle coffeeshopondernemers om uit hun eigen geledingen een of meerdere vertegenwoordigers aan te wijzen die contact onderhouden met de gemeente (als dat al niet het geval is). Er is regelmatig sprake van wisseling van ambtenaren en politici die niet altijd even goed op de hoogte zijn van de situatie en mogelijke ongewenste gevolgen van wijzigingen in het beleid. Het is daarom belangrijk dat er regelmatig contact is om informatie uit te wisselen zodat er een verstandhouding ontstaat waarbij je als ondernemer geraadpleegd wordt als belangrijke beleidswijzigingen in de planning staan. Op die manier ontstaan er korte lijnen waarbij negatieve ontwikkelingen ook tijdig terug kunnen worden gerapporteerd. Dat verloopt overigens niet altijd even soepel. Je hebt als coffeeshopondernemer nu eenmaal te maken met veel negatieve beeldvorming waardoor veel instanties huiverig zijn om je als een serieuze gesprekspartner te zien. Maar de praktijk wijst uit dat lokale coffeeshopbonden en/of ondernemers die zich blijven inzetten uiteindelijk toch gehoord worden.

Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat je als lokale bond zelf onderzoek moet (laten) doen naar de gevolgen van bepaald beleid. Zo heeft de Maastrichtse coffeeshopbond in 2008 onderzoek laten doen naar de betekenis van coffeeshoptoeristen voor de Maastrichtse economie. Daaruit bleek dat veel andere Maastrichtse ondernemers ook meeprofiteerden van het bezoek van deze toeristen. En in Eindhoven hielden de coffeeshops de meldingen van overlast bij die de politie kreeg in verband met het ingezetenencriterium. Daarnaast deponeerden alle coffeeshopondernemers anoniem hun omzetcijfers bij een notaris. Zo konden ze aan de hand van feiten en cijfers inzichtelijk maken welke gevolgen de handhaving van het Ingezetenencriterium hadden.

Naast het informeren van lokale politici, ambtenaren, wethouders en de burgemeester is het ook verstandig om regelmatig in de verschillende buurten te peilen hoe de vlag erbij hangt. Dat kan bijvoorbeeld door een open dag of informatieavond te organiseren waarbij buurtbewoners worden uitgenodigd om een kijkje in de coffeeshop te komen nemen of samen met buurtbewoners een evenement op te zetten. Denk daarbij ook aan partijen met wie je eventueel samen kunt werken. Er bestaan nog steeds veel misvattingen over cannabisconsumptie en coffeeshops. Tijdens een informatiedag kun je bijvoorbeeld preventiewerkers, de wijkagent of andere deskundigen uitnodigen die vaak meer vertrouwen genieten. Door de deur open te zetten voorkom je dat zaken een eigen leven gaan leiden en escaleren.

Het Platform Cannabisondernemingen Nederland kan leden daarnaast ook lokaal steunen met voorbeeldbrieven en andere onderliggende documenten.